Thursday, August 2, 2012

Hoe zeldzaam is een bepaald IQ?

Het IQ is een getal dat min of meer normaal verdeeld is en heeft standaard een gemiddelde van 100. Meestal is de standaarddeviatie 15.Op basis van een gemiddelde van 100 en een SD van 15 is de volgende tabel samen te stellen.

IQ1 op:Relatieve cumulatieve frequentie
602610,38%
70442,28%
80119,12%
90425,25%
100250%
110474,75%
1201190,88%
130 4497,72%
14026199,62%
150233199,96%


Uitleg: Een IQ van 110 of hoger komt bij 1 op de 4 mensen voor; 74,75% heeft een IQ gelijk of lager dan 110.
De helft van de bevolking heeft dus een IQ lager dan 100, de andere helft hoger; dit is per definitie zo. Uit de tabel kan ook worden afgelezen dat circa 50% van de bevolking een IQ heeft tussen de 90 en 110. Uit de tabel blijkt ook dat hele lage of hoge IQ's bijzonder zeldzaam zijn. IQ-testen die een significant hoger of lager gemiddelde als uitkomst dan 100 hebben zijn of niet valide en deugen dus niet of meten een bepaalde afwijkende doelgroep.
(ik zelf zit op 145 IQ maar behoor tot de groep onderpresteren en asynchrone ontwikkeling, door jeugd gebeurtenissen en fluor behandelingen en vele vaccinaties. in het kort: verpest.)

Kenmerken van hoogbegaafden



  • Grote nieuwsgierigheid en leergierigheid.
  • Veel energie.
  • Zich met meerdere taken tegelijk bezig kunnen houden.
  • Buitengewoon goed geheugen.
  • Breed scala van interesses.
  • Bijzonder gevoel voor humor.
  • Hoge mate van empathie en betrokkenheid.
  • Denken in veel gevallen al op buitengewoon jonge leeftijd (bijvoorbeeld drie jaar oud) na over de zin van het leven.
  • Het veel lezen en verzamelen van informatie.
  • Veel feitenkennis, grote algemene ontwikkeling.
  • Opvallend taalgebruik.
  • Een snelle taalontwikkeling die al opvalt op jonge leeftijd (al in de kleuterschool bijvoorbeeld).
  • Wiskundig inzicht dat al op jonge leeftijd merkbaar is (al in de kleuterschool of het lager onderwijs).
  • Een goed ontwikkeld geheugen.
  • Een sterk concentratievermogen dat hoogbegaafden toestaat om meerdere dingen tegelijk te doen.
  • Interesse in complexe onderwerpen op vroege leeftijd.
  • Perfectionisme en het (kunnen) stellen van hoge verwachtingen aan zichzelf. Dat betekent niet dat hoogbegaafden perfecte studenten zijn, wel dat zij hoge verwachtingen (kunnen) stellen aan prestaties die zij zelf belangrijk vinden. Dit kan leiden tot grote faalangst, wanneer ze niet kunnen beantwoorden aan de eisen die ze aan zichzelf stellen.
  • Een kritische ingesteldheid tegenover volwassenen (leraren inbegrepen). Vaak zijn hoogbegaafde kinderen niet in staat om die kritiek op een goede manier te verpakken en over te brengen, waardoor het 'brutaal' over kan komen.
  • Sommige hoogbegaafden zijn ook hoogsensitief . Zij nemen dan bijvoorbeeld bepaalde (subtiele) nuances waar in de lichaamstaal van anderen of ze zijn zeer gevoelig voor bepaalde textielsoorten of geluiden. Deze hoogsensitiviteit kan leiden tot een verschil tussen wat het hoogbegaafde kind kan begrijpen en wat het emotioneel kan verwerken, en dat kan leiden tot angstgevoelens. Dit zou het dagelijks functioneren van een hoogbegaafde kunnen belemmeren.
  • Innerlijke kenmerken:
    • zéér autonoom (zijn)
    • hoogintelligent (denken)
    • rijk geschakeerde emotionele binnenwereld (voelen)
  • Wisselwerking met de buitenwereld:
    • gedreven en nieuwsgierig (willen)
    • scheppingsgericht (doen)
    • hoogsensitief (waarnemen)
  • Samenspel met de maatschappij:
    • snelheid
    • creatief
    • intens
    • complex
    • Excelleren en aanpassen

      Hoogbegaafden zijn, op hun terrein van begaafdheid, vaak de beste van hun groep of klas. Ze doen taken vaak iets sneller, of met minder fouten, dan hun referentiegroep. Ze hebben de luxe hun problemen sneller te kunnen oplossen, zodat ze tijd en energie vrij hebben voor wat ze echt graag doen of zinvol vinden. Ook zonder op te vallen of prijzen te halen kunnen ze heel wat realiseren voor zichzelf en de maatschappij. Hoogbegaafdheid kan leiden tot uitzonderlijke prestaties. Dit kan leiden tot een hoge eigenwaarde, die ook als arrogant kan worden bestempeld. Het kan ook afgunst wekken bij anderen. Ook zijn ze vaak heel precies en willen alles goed doen. Het kan daardoor voorkomen dat een hoogbegaafde langer over iets doet dan dat er verwacht wordt.
      Hoogbegaafdheid komt niet veel voor, waardoor hoogbegaafde mensen (en kinderen) een uitzondering zijn. Kinderen en ouders begrijpen de situatie vaak niet. Ze beschouwen zichzelf als normaal en begrijpen niet waarom anderen hen niet kunnen volgen. Daar moeten zij en hun omgeving mee leren omgaan. En dat gaat niet altijd (onmiddellijk) goed.
      De meeste mensen voelen zich het prettigst in een groep, de mens is een "kuddedier". Sommige hoogbegaafden zitten aan de rand van de groep en dat is voor hen een onprettige situatie. Zij zullen daarom proberen de situatie te veranderen door zich te conformeren aan de groep, door de groep in hun richting te veranderen, door geheel zelfstandig hun eigen weg te gaan of door te proberen een nieuwe groep te vinden die beter bij hen past.
      Hoogbegaafdheid wordt niet altijd direct herkend waardoor hoogbegaafden beneden hun niveau worden aangesproken. Ze voelen zich vaak kinderachtig behandeld en ongelukkig.

      [bewerken]Onderpresteren

      Hoogbegaafde kinderen die niet of verkeerd in hun ontwikkeling gestimuleerd worden gaan soms onderpresteren. Met onderpresteren bedoelt men dat het hoogbegaafd kind (opvallend of veel) minder presteert dan zijn of haar capaciteiten toelaten. Vaak associeert men dit dan met het onderpresteren op school, maar onderpresteren kan ook buiten school voorkomen, op het werk bijvoorbeeld.
      Een voorname oorzaak van het onderpresteren is een gebrek aan uitdaging (het niveau ligt te laag voor de hoogbegaafde). Dit kan ervoor zorgen dat de hoogbegaafde zich gaat vervelen en dat kan leiden tot een ernstig gebrek aan motivatie waardoor de hoogbegaafde gaat onderpresteren. Door een gebrek aan uitdaging in het lager onderwijs, waar de hoogbegaafden door hun sterke geheugen zonder veel problemen kunnen leren, kan het zijn dat men een slechte studiemethode ontwikkelt. In het hoger onderwijs krijgt men dan problemen met studeren omdat men nooit een goede studiemethode ontwikkeld heeft.
      Onderpresteren kan ook andere oorzaken hebben zoals emotionele problemen of een gebrek aan motivatie. Dit kan ook gebeuren omdat het kind niet wil opvallen tussen leeftijdsgenoten. Thuis kan het kind dan bijvoorbeeld al vlot lezen, maar op school doet het kind alsof het evenveel moeite moet doen om te leren lezen als de leeftijdsgenoten, om niet op te vallen of om geaccepteerd te worden door de groep.
      Onderpresteren heeft altijd negatieve gevolgen voor het kind. Onderpresteerders kunnen bijvoorbeeld een laag of verkeerd zelfbeeld krijgen, sommigen worden depressief (of vertonen zelfs suïcidaal gedrag), of vertonen perfectionistisch of faalangstig gedrag. Anderen ontwikkelen basale angsten (voor bacteriën bijvoorbeeld) en (wat veel bij meisjes voorkomt) ze krijgen buikklachten (schoolziek). Wat ook gebeurt is dat ze in een sociaal isolement terechtkomen.
      De begeleiding en het bijsturen van een onderpresteerder is niet altijd eenvoudig. Soms is het geven van nieuwe uitdagingen voldoende om deze negatieve gevolgen te doen verdwijnen, maar bij hoogbegaafden die al zeer lang onderpresteren is dit niet zo eenvoudig.
      Veel hoogbegaafden zijn echte top-downdenkers: ze leren van het geheel en vullen het met eigen kennis aan. Dit komt omdat ze al veel eigen kennis ontwikkeld hebben. Dit is in tegenstelling tot de gebruikte bottom-upmethode in het onderwijs, waarbij steeds kleinere stukjes leerstof wordt aangeboden om het geheel te verkrijgen. Verrijken, verdiepen en toetsen is bij top-downdenkers (in de meeste gevallen) niet van belang. Doordat het onderwijs en de hulpverleners dit vaak niet inzien, ontstaan er verveling en misverstanden voor de hoogbegaafde en de omgeving. Vaak geldt dat hoe hoger de intelligentie van een hoogbegaafde leerling is, hoe groter deze problemen zijn.

      Asynchrone ontwikkeling


      Asynchrone ontwikkeling: Verbaal blijft achter bij performaal en andersom.
      Bij hoogbegaafde kinderen kan er sprake zijn van een asynchrone ontwikkeling. Asynchroon wil zeggen dat de ontwikkeling niet gelijkmatig verloopt. Bij hoogbegaafde kinderen kan de cognitieve ontwikkeling van het kind voorliggen op het gemiddelde, terwijl de ontwikkeling op andere gebieden (motorisch of sociaal) normaal is, of zelfs achterblijft. Sommige wetenschappers wijzen erop dat menselijke ontwikkeling het best te begrijpen is met de "focus-theorie": in een bepaalde periode focust men op één aspect van de ontwikkeling en laat andere aspecten tot nader order even rusten. Daarvan uitgaande ontwikkelen alle mensen zich asynchroon.

      [bewerken]Hoogbegaafdheid en gedragsproblemen

      Het typische gedrag dat hoogbegaafden kunnen vertonen, kan verward worden met autisme en AD(H)D. De originele manier van denken, afwijkende en intense interesses, en gevoeligheid voor zintuiglijke indrukken, vertoont overeenkomsten met autisme. Storend gedrag, afwezigheid, het gevoel anders te zijn, hoge intensiteit kan op AD(H)D lijken. Misdiagnose van hoogbegaafdheid is hierdoor mogelijk.

      [bewerken]Hoogbegaafdheid en zelfactualisatie

      Jacobsen stelt dat hoogbegaafden een hoge drang tot zelf-actualisatie hebben. Francis Heylighen oppert zelfs dat de eigenschappen van 'zelf-actualiseerders' sterk overeenkomen met de eigenschappen van hoogbegaafden. Hij stelt dat er voor zelf-actualisatie ook cognitieve competentie, oftewel kennis en intelligentie nodig is.
      Hiermee lijkt zelf-actualisatie een elitaire aangelegenheid te worden. Maar Maslov geeft zelf aan dat slechts weinig mensen voldoen aan zijn profiel van zelf-actualiseerders. Jung, die ook een theorie van volwassen ontwikkeling en persoonlijheidsintegratie opstelde, stelde ook dat slechts een minderheid van de bevolking tot individuatie komt.

  • No comments:

    Post a Comment